Maandelijks archief: oktober 2011

Feitjes

Ik corrigeer mensen vaak als zij verkeerde woorden gebruiken. Groter als jou bijvoorbeeld. Wordt ik. Kan ik niet hebben. Gaan mijn nekharen van overeind staan.

Vandaag was ik op mijn werk. Daar valt wel eens iets te verbeteren. Overnieuw wordt daar bijvoorbeeld steeds opnieuw gebruikt. Na één van mijn verbeteringen vroeg iemand wat de term is van zo’n dubbelzinnig woord. “Een contaminatie” antwoordde ik. “Maar hoe heet het dan als je bijvoorbeeld witte sneeuw zegt?” Ik kon niet op de term komen. Als ik ergens een hekel aan heb is het als ik niet op zo’n feitje kan komen. Ik teer op feitenkennis.

Afgelopen donderdag en vrijdag had ik een Trainer Coach II cursus in het hoofdkwartier van de KNVB in Zeist. Een tweedaagse met een complete overload aan lezingen en informatie. Om in vaktermen te spreken ging het om het volhouden van beter wakker blijven. Een van de lezingen die wél erg interessant was, was van Frans Hoek. De specialiteit van Hoek is de keeperstraining. Tijdens de discussie met de groep liet een van de minst gewaardeerde, met alle respect, medecursisten de term “vliegende keep” vallen. Bij alle lezers die ooit op straat gevoetbald hebben gaan nu belletjes rinkelen. Voor de overigen: Een vliegende keep is naast keeper ook speler. Twee dingen tegelijk. Multitasken. Dat konden wij mannen op jonge leeftijd al. Wat weinig mensen weten is waar de term vliegende keep vandaan komt. Het is een nutteloos feitje, maar ik wist het.

Misschien heb ik daarom ooit overwogen om wiskunde te gaan studeren. Binnen wiskunde is alles een feit. Geen abstract gedoe, gewoon feiten. 1 + 1 = 2, 5 x 2 = 10. Dat werk. Ik ben desondanks ooit Sport Management gaan doen. Dat leek leuker. Lekker sporten de hele dag. Wiskunde of econometrie is niet echt weggelegd voor de Pasteuninkjes. Dat je dan uiteindelijk een HBO studie doet waar je eigenlijk geen zak aan hebt, nemen we graag voor lief. Als het maar leuk was en we af en toe een grappig feitje hebben opgepikt. Zoals de vliegende keep.

Gerrit Keizer was een talentvolle keeper in de jaren ’30 en ’40. In die tijd hadden spelers nog geen contracten met clubs. Laat staan miljoenensalarissen. Men voetbalde omdat ze het leuk vonden. Of omdat het kon. Keizer vertrok op jonge leeftijd naar Londen om groenteman te worden. Daarnaast keepte hij. Evert ten Napel zou hiervan smullen. Via via kwam Keizer uiteindelijk, als eerste Nederlander, bij Arsenal onder de lat te staan. Echter, hij keepte ook nog steeds voor Ajax in Nederland. Omdat het dus kon. Zo kwam het voor dat hij in één weekend keepte voor Arsenal en Ajax. Hij vloog dan voor de wedstrijden op en neer tussen Nederland en Engeland. Een vliegende keep dus. De Engelsen noemde hem de Flying Dutchman. Is ook gelijk bekend waar de bijnaam van Bergkamp, de grootste stylist ooit op het groene gras, vandaan komt. Groen gras; een pleonasme.

“Vrachtwagen overrijdt zeehond op Afsluitdijk”

Twee weken geleden is mijn kat overleden. Hij was nogal ziek en toen hebben ze hem in laten slapen. Ik had vroeger altijd het idee dat als je huisdier dood gaat, je gewoon een nieuwe ging halen en fluitend door kon gaan met alles. Dat blijkt niet helemaal waar te zijn. Het is best treurig als je huisdier overlijdt. Ik kan me de verslagenheid bij Lenie ’t Hart dan ook goed voorstellen toen zij vanochtend het telefoontje kreeg dat één van haar zeehonden was overleden. “Aangereden op de Afsluitdijk” zullen de summiere woorden van de dienstdoende agent geweest zijn. Dat zal er in gehakt hebben.

Zeehonden zijn in principe heel bekwame deelnemers aan het verkeer. Zwemmen altijd rechts en geven nog ouderwets voorrang voor zeehonden en grote vissen van rechts. Stoppen gewoon voor een zebrapad als een oud zeehondje over wil steken. Vandaag is dat dus eventjes mis gegaan. De zeehond was op weg van de Waddenzee naar het IJsselmeer. Dan kun je er donder op tegen zeggen dat je de Afsluitdijk tegenkomt. De meeste zeehonden zwemmen bij het opdoemen van een groot obstakel rustig een eindje om. Gaan ze met een bootje mee door de sluizen. Zeehonden doen niet moeilijk over een stukje extra zwemmen. Aan de zesjescultuur hebben ze een hekel.

Deze zeehond wou toch afsnijden. Die heb je er altijd bijzitten. Willen niet even om zwemmen om op een heerlijke zandbank te liggen, maar steken zo Vlieland over. Dat strandt meestal op het strand. Vlakbij het pannenkoekenhuis. Deze zeehond was de Afsluitdijk opgeklommen, onder de vangrail doorgekropen en de weg overgestoken. Dat kan dus niet, kom je gegarandeerd verkeer tegen. De vrachtwagen schijnt niks te hebben doorgehad en is doorgereden. Een automobilist achter hem belde de politie waarna de mensen van de zeehondencreche het dier meenamen om er sectie op te plegen. Dat is weer typisch menselijk, sectie plegen op een aangereden zeehond. Een akelige drang om overal de reden van te willen weten. Om er straks achter te komen dat het arme beest per ongeluk eerst rechts keek en toen pas links. Pure pech.

Toeter

De toeter van mijn fiets is overleden. Dat wil zeggen dat het nijlpaard wat geluid maakt als je er in knijpt, nu niet meer op mijn fiets zit. Dat is nogal een crime in Amsterdam, waar toeristen denken dat een roze pad gemaakt is om op te lopen. Of om op te fietsen als een vierjarige. Het is één van de grootste ergernissen in Amsterdam, toeristen. Op een keurige gedeeld tweede plaats met arrogante daklozen. De nummer een positie is, net als vorig jaar, vergeven aan de fotograven en accordeonisten die mij continu lastig vallen met hun troep. De accordeonisten zijn dit jaar in aantal wat afgenomen, maar volgens mij zijn alle gepensioneerde muzikanten nu freelance polaroid-fotograaf geworden. Dat zijn van die gasten die per avond honderd keer vragen of je op de foto wilt. Want niet iedereen heeft tegenwoordig een fototoestel op zijn telefoon.

Vandaag is geen beste dag om te overlijden, alle aandacht wordt al opgeëist door Steve Jobs’ overlijden. Typisch gevalletje van an apple a day, died anyway. Dat is nu vaak de vraag, wanneer mag je grappen maken over iets wat eigenlijk niet zo leuk is? Ik vind vrij snel. Humor, of een poging tot, is een fantastische manier van relativeren. Ik kan me nog wel herinneren dat we in de tijd van Dutroux aan elkaar vroegen wat “ik hou van de waarheid” was in het Engels. Of hoeveel zes kogels tegenwoordig kosten, vlak na de moord op Pim Fortuyn. Maakt de akelige dingen wat luchtiger.

Het verlies van een nijlpaard is niet iets wat in de koude kleren gaat zitten. Toen Tanja afgelopen december in Artis overleed was de wereld ook te klein. Avondvullende programma’s op tv en extra uitgaven van het Parool. Iedereen had iets met Tanja. Ik weet nu hoe het voelt, het verliezen van een nijlpaard. Nijlpaarden zijn uit zichzelf heel aanhankelijke dieren. Kruipen voortdurend bij je op schoot als je tv zit te kijken. Komen meteen aangerend als je de straat in komt gefietst. Daar staan nijlpaarden om bekend, hun hondstrouwe goedheid. Gooi je een tak het water in, kun je er gif op innemen dat je nijlpaard hem terug komt brengen. Hoef je ze niet eens te leren, doen ze van nature. Heerlijke beesten die nijlpaarden en altijd normaal gebleven. Ik zal mijn toeter missen. Is kijken of mijn bel het nog doet.

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag