Vandaag heb ik mijn lidmaatschap van het KWF opgezegd. Was een erfenis van een vorig baantje. Dat baantje hield in dat ik mensen op straat moest inschrijven voor het goede doel. Klinkt erg motiverend want het is voor het goede doel, is het tegenovergestelde. Mensen gaan namelijk niet even lekker een dagje winkelen om lid te worden van het goede doel. Er is in het jaar dat ik dit werk deed nooit iemand naar mij toegekomen of zij (want mannen spreken alleen vrouwen aan en vice versa) zich alsjeblieft bij mij mocht inschrijven. Je moet het opdringen. Verkopen. Je moet het goede doel verkopen. Ik, zo blijkt later, hou daar eigenlijk niet zo van. Omdat je bovendien met bepaalde targets werkt zit er ook nog eens flink druk op. Daarom kon het nog wel eens handig zijn om jezelf in te schrijven voor het goede doel. Hoef je toch één iemand minder over te halen. Ik heb daar mee gewacht tot ik een uurtje extra op mocht schrijven als ik nog iemand inschreef. Wel zo efficiënt. Zat ik tot vandaag dus nog steeds aan vast.
Het was ook maar €6,- in de maand. Dat stelt niet zo veel voor. Is slechts €1,50 per week of €0,20 per dag. Toevallig wel net die €0,20 die ik te kort kom voor een vers brood, maar dat terzijde. Aan de andere kant is het ook €72,- per jaar. Doe dat een aantal jaar en je hoeft geen raketgeleerde te zijn om te zien dat het toch in de centen loopt. Dat is trouwens een mooi beroep, raketgeleerde. Sinds ik ontslagen ben bij de slager ambieer ik een baan als raketgeleerde. Die weten echt alles. Net als Joost.
Maar goed, opgezegd dus. Ik heb daar bepaalde redenen voor. Ik vind het namelijk een nutteloze investering. En dat vind ik al een goede reden om ergens mee te stoppen. Volgens mijn verkooppraatje was de voornaamste reden om KWF te moeten steunen, dat zij dan onderzoek konden doen. Volgens mij wordt dat onderzoek wat KWF dan zo graag zou willen doen, anders toch wel gedaan. Zij het niet in Nederland, dan wel ergens anders. Duitsland bijvoorbeeld. Daar hebben we niet een of ander fonds voor nodig.
Een andere reden is dat ik de ziekte waar dat fonds om draait de afgelopen maand van dichtbij heb meegemaakt. Tijdens die periode heb ik niks vernomen van het KWF. Dan was die €72,- per jaar toch fijner geweest om uit te geven aan een modieus Rock ’n Popmuseum in Gronau. Of had daar een deel van de belachelijk hoge benzineprijzen van betaald kunnen worden. Of de tolweg. Of een welverdiend biertje in Orléans. Of een saté’tje bij de Spaarbank. Dat zou ik gewaardeerd hebben van het KWF.
Zo’n ziekte zet je ook aan het denken. Het plaats dingen in een bepaald perspectief. Het is maar net wat er op een bepaald moment voor iemand saillant is, wat voor diegene belangrijk is. Theo Maassen zei dit een keer heel pakkend. Hij had het over de vele hongerdoden in Afrika. Hij vond het echter erger als het buiten de hele dag regent en hij moet een stuk fietsen. Laatst was iemand gepikeerd omdat ze bijna meegevraagd was om een kopje koffie te drinken. Dat was ongepast. Let wel, bijna. Niet eens helemaal. Let wel, iets drinken, geen verkering. Ik benijd dat nu. Als dat zorgen zijn die saillant zijn voor iemand, dan gaat het dus eigenlijk heel goed. Toen ik nog een column schreef omdat ik mij irriteerde ergerde aan een veel te dure kapper ging het dus hartstikke goed. Dat kan zo maar anders zijn. Geluk, of gelukkig zijn, is zeer vergankelijk. Als het nu goed gaat kan het over een maand compleet anders zijn. Zelfs zonder dat je daar zelf veel invloed op hebt. Dat maakt het belangrijk om te waarderen wat je nu wel hebt en met wie je om gaat. Het is een goed teken als je je druk kan maken om een onzinnige hype als wordfeud drawsomething rumble. Vandaag hoorde ik dat het weefselonderzoek goed was en er geen uitzaaiingen zijn. Gelukkig.