Fietsen – 446km – Somain
Gister had ik flinke ruzie met mijn fiets. Ik wilde namelijk ‘de Muur van Geraardsbergen’ op, mijn fiets niet. Een fiets houdt nou eenmaal niet van omhoog fietsen. Laat staan de Muur. Fietsen haten de Muur. Te steil omhoog, moet een fiets niks van hebben. Een mens daarentegen is gek op omhoog fietsen. Daar ontstaan problemen. Na een flinke discussie hebben we het toch gedaan, flink afzien kan ik je zeggen. Ik begreep helemaal waar de fiets zich druk om maakte.
Fietsen zijn het liefst een bakfiets. Een bakfiets in Amsterdam wel te verstaan. Minimaal één keer in de week naar Artis en altijd gezellig kinderen in de buurt. Fietsen houden van kinderen. Het liefst zijn ze ook een kinderfiets. De enige keer dat een bakfiets in Amsterdam omhoog moet, mag hij bijna gelijktijdig weer omlaag. Dat vindt een fiets prima, als hij ook omlaag mag. Wat zeg ik, daar zijn fietsen gek op, afdalen. Het liefst gaat een fiets dan ook naar het Tikibad. Een weekje op de camping. Iedere dag lekker naar beneden van de glijbaan. Vinden ze prachtig. Alpe d’Huzes daarentegen staat zwart omrand in de fietsagenda, dan nemen ze liever een dagje vrij, goede doel of niet. Puur en alleen omhoog rijden daar hebben fietsen een hekel aan.
Vandaag ging het alweer beter tussen mij en de fiets. In het heuvellandschap (zieke autocorrect bij dit woord btw) van Wallonië mocht hij minstens net zo vaak naar beneden als dat ik hem omhoog had geduwd. Pittig was dat. Gelukkig zijn we in een dag heel Wallonië doorgestoken, wat ons automatisch in Frankrijk bracht. Daar spreken ze tenminste echt Frans, geen Waals. Gek voelt het wel om al twee grenzen over te zijn gegaan en in het land van bestemming te zijn, terwijl de eindbestemming nog heel ver weg is. Na het bereiken van de eindbestemming wacht trouwens een beklimming van de Tourmalet, is kijken of mijn fiets tegen die tijd wel graag omhoog gaat.